1.
Werking van de IVC
1.1. Missie van de IVC
De IVC heeft o.a. volgende taken:
1
Controleren of bedrijven (verpakkingsverantwoordelijken) en erkende organismen hun informatie- en terugnameplicht naleven.
2
Controleren hoe de verpakkingsverantwoordelijken en erkende organismen hun wettelijke percentages van recyclage en nuttige toepassing halen.
3
Preventieplannen van bedrijven (verpakkingsverantwoordelijken) goedkeuren of weigeren.
4
Erkenning verlenen of weigeren aan de organismen die instaan voor de promotie, coördinatie en financiering van de selectieve inzameling, recyclage en nuttige toepassing van verpakkingsafval.
5
De Gewestregeringen ondersteunen en adviseren. Dat kan bijvoorbeeld door overlegfora te creëren, logistieke ondersteuning te bieden of wetswijzigingen voor te stellen.
6
Studies en onderzoeken voeren of laten uitvoeren naar het beheer en de preventie van verpakkingsafval.
7
Behandelen van kennisgevingen met het oog op de goedkeuring van geplande overbrengingen van afvalstoffen die niet uit België afkomstig zijn en er ook niet zullen verwerkt worden. Ook het verwerken van de afzonderlijke transportmeldingen van overbrengingen die gekoppeld zijn aan een goedgekeurde kennisgeving.
1.2. Samenstelling van de IVC
De samenstelling van het Beslissingsorgaan in 2025:
Vlaams Gewest
- Gewone leden:
- Ann De Boeck
- Nick Vliegen (t.e.m. 30/01/2025) / Roeland Van Roosbroeck (vanaf 31/01/2025)
- Anneleen De Wachter (voorzitster vanaf 05/03/2025)
- Plaatsvervangers:
- Luc Goeteyn
- Roeland Bracke (t.e.m. 30/01/2025) / Anne D’Haese (vanaf 31/01/2025)
- Christof Delatter (t.e.m. 30/01/2025) / John Wante (vanaf 31/01/2025)
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
- Gewone leden:
- Marion Courtois
- Céline Schaar
- Stéphanie Uny
- Plaatsvervangers:
- Valérie Verbrugge
- Stéphanie Thomaes
- Milan Jousten
WAALS Gewest
- Gewone leden:
- Lara Hotyat (t.e.m. 29/01/2025) / Thomas Leroy (vanaf 30/01/2025)
- Vincent Brahy (t.e.m. 29/01/2025) / Sylvie Meekers (vanaf 30/01/2025)
- Martine Gillet (t.e.m. 29/01/2025 en voorzitster t.e.m. 29/01/2025) / Jean-Yves Mercier (vanaf 30/01/2025)
- Plaatsvervangers
- Guillaume Lepère (t.e.m. 29/01/2025) / Manuel Mengoni (vanaf 30/01/2025)
- Marie-Hélène Lahaye (t.e.m. 29/01/2025) / Eloïse Pignon (vanaf 30/01/2025)
- Jean-Yves Mercier (t.e.m. 29/01/2025) / Diego Wauthelet (vanaf 30/01/2025)
Het organogram van het Permanent Secretariaat in 2025:
Marc Adams
Diensten van de Directeur
LINDA VANDEN BROECKE
DIENSTHOOFD
Dienst Algemene Zaken
en Externe Controle Opwaarts
QUENTIN MATHOT
DIENSTHOOFD
Dienst Erkenningen, Aangiftes
en Interne Controle
CAROLINE AURIEL
DIENSTHOOFD
Dienst Preventie, Onderzoek, Externe
Controle Neerwaarts en Doorvoer
1.3. Samenwerkingsakkoord UPV/Zwerfvuil
De IVC vervult de rol van secretariaat voor het Interregionaal Platform Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (IPUP) dat in 2009 werd opgericht met als doel een gemeenschappelijke visie te ontwikkelen op de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV).
In de schoot van het IPUP werd in 2025 hard gewerkt aan het nieuwe Interregionaal Samenwerkingsakkoord voor Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) en Zwerfvuil, dat uiteindelijk op 9 februari 2026 werd goedgekeurd. Enerzijds brengt dit Samenwerkingsakkoord een interregionaal kader tot stand voor de aanpak van andere stromen dan verpakkingsafval, waarvoor een Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) geldt, anderzijds legt het de kosten voor zwerfvuil ten laste van de veroorzakers van die afvalstromen.
In dit nieuwe Samenwerkingsakkoord wordt het IPUP in de IVC opgenomen en zal zo de nieuwe “Interregionale Commissie voor de UPV” ontstaan met twee afdelingen: enerzijds het “Beslissingsorgaan Verpakkingen” en anderzijds het “Beslissingsorgaan UPV”. Deze nieuwe invulling van de IVC krijgt de roepnaam “EPRiBEL” mee.
Parallel met de finalisering van het Samenwerkingsakkoord werd ook verder gewerkt aan de voorbereiding van de uitvoerende samenwerkingsakkoorden die nodig zijn voor de implementatie van het deel UPV van dat Samenwerkingsakkoord.
1.4. Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) en internationale samenwerking (EUNR.org)
Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR)
Op 22 januari 2025 werd de Verordening (EU) 2025/40 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval, tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2019/904, en tot intrekking van Richtlijn 94/62/EG, gepubliceerd.
Deze verordening (hierna aangeduid met de afkorting PPWR van het Engels “Packaging and Packaging Waste Regulation”) trad op 11 februari 2025 in werking en legt nieuwe bepalingen op voor preventie en hergebruik van verpakkingen en komt grotendeels in de plaats van de bestaande Belgische wetgeving, met name het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.
De PPWR zal gelden voor de volledige levenscyclus van verpakkingen en verpakkingsafval. Uiterlijk op 12 augustus 2026 dient een nieuwe Belgische wetgeving de uitvoering van deze verordening te waarborgen.
1. Duurzaamheidseisen en gerecycleerde inhoud van verpakkingen
De PPWR verstrengt o.a. de bestaande regels voor stoffen in verpakkingen door beperkingen op te leggen op het in de handel brengen van verpakkingen die met voedsel in contact komen en die te hoge PFAS-waarden bevatten.
De verordening verplicht ook een rapportagesysteem voor zorgwekkende stoffen. Daarnaast voert ze verplichte minimumpercentages in voor gerecycleerde kunststof in verschillende soorten verpakkingen. Zo moeten onder meer kunststof drankflessen voor eenmalig gebruik in 2030 30% en in 2040 65% gerecycleerde kunststof bevatten. Verpakkingen voor contactgevoelige producten waarvan PET het belangrijkste bestanddeel is, moeten in 2030 30% en in 2040 50% gerecycleerde kunststof bevatten.
2. Preventiedoelstellingen
De PPWR legt de lidstaten doelstellingen op voor de reductie van verpakkingsafval per inwoner, met, ten opzichte van 2018, stapsgewijze verminderingen van 5% tegen 2030, 10% tegen 2035 en 15% tegen 2040.
Daarnaast beperkt de verordening lege ruimte in verpakkingen tot maximaal 50% en verplicht ze fabrikanten om het gewicht en het volume van verpakkingen tot een minimum te beperken.
3. Doelstellingen en streefcijfers voor hergebruik en hervulverplichtingen
De PPWR stelt hergebruiksdoelstellingen vast voor 2030 en indicatieve streefcijfers voor 2040, afhankelijk van het type verpakking en enkele uitzonderingen in acht nemend. Kartonnen verpakkingen vallen over het algemeen niet onder deze aangepaste regels.
Afhaalrestaurants moeten klanten tevens de optie bieden om kosteloos hun eigen recipiënten te gebruiken, en er tegen 2030 naar streven om 10% van hun producten in herbruikbare verpakkingen aan te bieden.
4. Statiegeldsystemen
Lidstaten dienen uiterlijk in 2029 een stelsel van statiegeld in te voeren voor eenmalige kunststof en metalen drankverpakkingen, tenzij ze kunnen aantonen dat minstens 90% ervan selectief wordt ingezameld en gerecycleerd.
5. Verbod op bepaalde verpakkingsformaten
Bepaalde verpakkingsformaten worden verboden, zoals:
• kunststof wegwerpverpakkingen voor fruit en groenten;
• kunststof wegwerpverpakkingen voor voeding en drank indien ter plaatse gevuld en geconsumeerd, specerijen en sauzen in de horecasector;
• kunststof wegwerpverpakkingen van kleine cosmetische producten en toiletartikelen in de accommodatiesector (bv. shampoo- en lotionflesjes);
• zeer lichte plastic zakken, met uitzondering van de zeer lichte plastic zakken die om hygiënische redenen nodig zijn, of die worden verstrekt als verpakkingen voor de verkoop van bulkvoedingsmiddelen wanneer dit bijdraagt aan het voorkomen van voedselverspilling.
Voor België verandert er concreet behoorlijk wat. Zo zal er geen nationale definitie van “verpakkingsverantwoordelijke” of “producent” meer zijn, maar wel een uniforme Europese definitie van “producent”. Het huidige Belgische begrip “verpakkingsverantwoordelijke” en de daarbij horende definitie komt dus te vervallen.
Het gaat daarbij niet alleen om een wijziging van terminologie; er zijn ook inhoudelijke veranderingen. Zo is het mogelijk dat een bedrijf dat tot op heden “verpakkingsverantwoordelijke” was, binnen de nieuwe verordening geen “producent” meer zal zijn, maar omgekeerd geldt ook dat bedrijven die nooit eerder “verpakkingsverantwoordelijke” waren, nu plots wel “producent” worden.
Internationale samenwerking (EUNR.org)
Omdat de nieuwe verpakkingsverordening het wettelijk kader voor verpakkingen en verpakkingsafval fundamenteel wijzigt en de nieuwe tekst heel veel vragen oproept, hebben verschillende overheden die binnen de Europese lidstaten verantwoordelijk zijn of zullen zijn voor het register van de producenten en de jaarlijkse rapportages van de producenten en de PRO’s (organisaties voor producentenverantwoordelijkheid) zich verenigd in een nieuwe organisatie: EUNR (European National Registers for Packaging). De IVC is één van de stichtende leden van EUNR en neemt intensief deel aan de werkzaamheden.
Deze nieuwe organisatie vertegenwoordigt al 16 lidstaten en staat open voor elke andere nationale register-organisatie.
De PPWR is een geharmoniseerde Europese wetgeving. Enkel officiële richtlijnen of uitvoeringsregelgeving van de Europese Commissie en, als aanvulling daarop, gemeenschappelijke standpunten van de lidstaten, kunnen daarom nuttig zijn om de nodige duidelijkheid te verschaffen over de wetgeving. EUNR wil een belangrijke gesprekspartner zijn voor de Europese Commissie en heeft reeds verschillende interacties gehad met de Commissie. EUNR wil een antwoord kunnen bieden op de vragen waarmee de bedrijven geconfronteerd worden in de toepassing van de PPWR.
De internationale samenwerking in de context van de PPWR is niet beperkt tot EUNR. De IVC is actief op verschillende andere internationale fora. Tegelijkertijd staat de IVC in voor de coördinatie van de Belgische standpunten in het kader van de totstandkoming van de uitvoeringsregelgeving van de Europese Commissie.
De internationale samenwerking vertegenwoordigt een nieuwe, belangrijke werklast voor het Permanent Secretariaat, maar vertegenwoordigt ook een unieke opportuniteit om mee te wegen op het Europese besluitvormingsproces, waarvan we nu reeds de eerste resultaten zien.
VERDUIDELIJKING VAN DE DEFINITIE “PRODUCENT”
Deze beslissingsboom is een vereenvoudiging en geeft geen volledig beeld van het begrip “producent” en moet dus met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt.
• Voor verzend-, service- en primaireproductieverpakkingen: fabrikant van de volledige (lege) verpakking in haar definitieve vorm.
• Voor verkoop- en verzamelverpakkingen: fabrikant van het verpakte product.
(1) “nationale importeur” betekent “degene die verpakkingen/verpakte producten voor het eerst aanbiedt op het grondgebied van die lidstaat”.
(2) of de “importeur” zoals gedefinieerd in de PPWR, in het geval de fabrikant buiten de EU gevestigd is.
1.5. Begroting 2025 van de IVC
De effectieve inkomsten en uitgaven van de IVC in 2025
HUISVESTINGSKOSTEN
118.126,84 euro
KANTOORKOSTEN
126.218,72 euro
REIS- EN REPRESENTATIEKOSTEN
10.498,39 euro
WAGENPARK
24.273,07 euro
OVERIGE ALGEMENE WERKINGSKOSTEN
148.371,24 euro
HUUR GEBOUWEN
214.088,06 euro
EXPERTISE EN CONSULTANCY
178.540,29 euro
STUDIES EN ONDERZOEKEN
381.571,08 euro
SENSIBILISERING EN INFORMATIEVOORZIENING
157.929,20 euro
INVESTERINGEN
12.076,23 euro
DOSSIERKOSTEN “DOORVOER”
268.754,13 euro
TOTALE UITGAVEN
1.371.693,12 euro
TOTALE INKOMSTEN
268.754,13 euro